Het Pelgrimspad (deel1) etappe 10,
28 februari 2026 - Bodegraven, Nederland
“Na regen komt zonneschijn”, want wat een verschil met vorige week. Mijn wandelspullen, die ik toen had gebruikt, waren nog niet eens droog. Wat een nat en koud weer hadden wij vorige week. Daar ga ik het niet meer over hebben. Dat kun je lezen in het vorige verslag!
Vandaag, 25 februari 2026 stond de vlag er heel anders voor. De hele week hadden alle weersvoorspellers al een heel zonnige en warme woensdag beloofd. Rond de 20 graden !!!! en volop zon. Even wat anders dan de 2 graden met regen en hagel van de week ervoor. Sorry, ik had beloofd daar niet meer op terug te komen.
Ook het vervoersschema was anders vandaag, namelijk volledig met het ov. Om bij ons startpunt van vandaag, t.w. Nederhemert, te geraken moesten wij eerst met de trein naar Zaltbommel om vervolgens de buurtbus 268 te pakken. Jullie geloven het of niet, maar dan merk je dat Bodegraven toch wel een belangrijk verkeersknooppunt is, want vanaf dit station vertrekt er dus een rechtstreekse trein naar Zaltbommel.
Vandaag was ons verzamelpunt perron 2 van het station in Bodegraven. In verband met de korting vertrokken wij met de 1e trein na 09.00 uur naar Zaltbommel, waar wij een uurtje later aankwamen. Toen wij het station daar verlieten zagen wij onze bus al klaar staan. Wij gaan het al bijna gewoon vinden dat we nagenoeg geen wachttijd hebben. Toen wij instapten vertrok de buurtbus direct. Eigenlijk 10 minuten te vroeg.
De buschauffeur week speciaal voor ons van zijn route af om dwars door het gezellige centrum van Zaltbommel te rijden. Na een kleine 10 minuten stopten wij weer voor een station. Ik vroeg verbaast aan de buschauffeur of Zaltbommel 2 stations had. Hij antwoordde mij dat wij weer voor hetzelfde station stonden, maar nu op de juiste vertrektijd. Hij moest even checken of er nog meer passagiers met de bus meewilden. Hij had dus gewoon een extra rondje gereden om ons even het centrum van Zaltbommel te laten zien. Mooi he die vrijwillige chauffeurs op de buurtbussen. De dag begon dus al goed.
Na ruim een half uur arriveerden wij in Nederhemert. Onze startplaats en tevens finishplaats van de vorige etappe. Wat zag het plaatsje er anders uit in het zonnetje. Dat was vorige week wel anders. Shit, daar zou ik het niet meer over hebben.
In Nederhemert pakten wij onze route weer op. Truus was lekker scherp vandaag en stuurde ons het Molenpad in. Direct was te zien waarom deze straat zo heette. Aan het eind van de straat stond een grote molen, die vandaag ook nog in bedrijf was. Bij de molen stond de molenaar, uiteraard een vrijwilliger, vol trots te genieten. We waren inmiddels aangekomen bij de Maasdijk, een dijk langs “De dode Maasarm”. Er zijn namelijk nogal wat afsplitsingen van de Maas hier. De “Dode Maasarm” is er één van, maar je hebt b.v. ook de “Bergse Maas”, “De afgedamde Maas”, enz.
Vanaf de Maasdijk zagen wij een paar honderd meter verderop het veerpontje liggen, die wij nodig hadden om de Dode Maasarm oversteken. Die Maasarm mag dan wel “dood” zijn, maar hij was nog behoorlijk breed. De pont lag aan onze kant en al zwaaiend maakte wij de pontbaas kenbaar dat wij gebruik wilden maken van zijn pont. Hij zwaaide vriendelijk terug en hij leek op ons te wachten.
Dat bleek gedeeltelijk waar. De pont zou pas vanaf 1 maart weer in de vaart worden genomen. De man op de pont was inderdaad de pontbaas, maar hij was bezig om de pont vaarklaar te maken voor 1 maart. Uiteraard was ook deze pontbaas een vrijwilliger. Mooi he al die vrijwilligers!
De pont was dus nog niet in de vaart, maar de pontbaas was wel bereid om ons met zijn roeiboot naar de overkant te brengen.
Wat een service. We waren net een paar meter uit de kant toen er een tweetal “collega” wandelaars aan kwamen lopen. De pontbaas vroeg netjes aan ons of wij er bezwaar tegen hadden dat hij ff terug roeide om ook de andere wandelaars op te halen. Natuurlijk hadden wij daar geen bezwaar tegen en met een roeiboot vol met passagiers werden wij de Dode Maasarm overgezet. Zo “doods” was het dus niet.
Tsjonge, jonge. Wij hadden net 2 kilometer gewandeld en hadden alweer een aardig avontuur meegemaakt. Natuurlijk wil ik jullie dit soort belevenissen niet onthouden, maar als de gebeurtenissen zich in dit tempo blijven voordoen wordt het moeilijk om een kort en bondig verslag te schrijven.
Het werd mij echter wel moeilijk gemaakt, want aan de overkant lag het kasteel van Nederhemert met zijn landgoed.
Dit kasteel gaat terug naar het jaar 1300. Helaas is het kasteel aan het einde van de 2e wereldoorlog voor een groot gedeelte afgebrand, maar is inmiddels weer helemaal gerestaureerd. Het monument wordt nu gebruikt als kantoor en voor huwelijksvoltrekkingen. Bijzonder is dat in de tuin van dit kasteel 2 imposante “sequoiadendrons giganteum” staan. Voor de duidelijkheid dit zijn 2 bomen van bijna 200 jaar oud.
Jullie begrijpen dat ik deze info geleend heb. Ik kan namelijk pas, sinds ik met Frans deze route wandel, het verschil tussen een laagstam en een hoogstamboom. Ook de directe omgeving van het kasteel ziet er pittoresk uit met oude huisjes welke vroeger bij het kasteel hoorden. Aan het einde van de weg langs het kasteel bevindt zich een restaurant. Met dit weer uiteraard druk bezochte plek.
Vlak voor het restaurant moesten wij links een pad op. Hier kwamen wij een oma met een kleindochter tegen. Een kleindochter in de “pre-gsm” leeftijd. Dit meisje kletste het honderd uit tegen haar oma, maar ook tegen ons. Het pad, waar wij op liepen, werd zichtbaar ook gebruikt door ruiters op paarden. Er lag namelijk een gigantische hoop paardenpoep. Dit had duidelijk de interesse van het meisje. Zij had haar oma al uitgebreid gewaarschuwd, maar ook Frans en ik werden gewaarschuwd met de woorden “Kijk uit. Er ligt daar paardenpoep”. Ze liep zelfs voor ons uit om precies de plek aan te geven. Heel aandoenlijk. Als grapje zei ik tegen het meisje dat het paard eigenlijk netjes op de wc moest poepen. Waarna het meisje mij niet begrijpend aankeek en vol ongeloof zei; “Meneer, paarden zijn toch veel te groot voor een wc!”. Oma en wij liepen met een grote grijns verder. Leuk he, als een kind nog gewoon tegen je praat en je niet met een schermpje voor haar neus voorbij loopt. En waarschijnlijk dan niets vermoedend dwars door de paardenpoep was gelopen.
Goed ik begin te merken dat ik langzaam een oude zemelaar begin te worden.
Het pad liep globaal in een grote boog om het landgoed van het kasteel heen. Via een ietwat steile, gladde en modderige passage, waar wij gelukkig op de been bleven, kwamen wij weer op een verharde weg. In de verte hoorden wij een “plof” en zagen heel kort een soort wolk. Onze route liep in die richting en al snel zagen wij wat de oorzaak was. De boer ter plekke was bezig om de mest uit zijn stallen middels een dikke slang naar zijn land te transporteren. Helaas voor hem, en ons, was de verbinding tussen twee gedeeltes losgeschoten. Dat was de plof, die wij hadden gehoord. De soort wolk die wij hadden gezien was nu ook verklaarbaar. Dat was de mest, die uit de slang geblazen werd. Gelukkig had de boer de toevoer snel afgesloten, maar helaas voor ons lag het wel op de weg, waar wij overheen moesten. Geen probleem. Onze wandelschoenen hadden inmiddels al voor hetere vuren gestaan. Neem bijvoorbeeld de modder op de paden tijdens de vorige etappe, ontstaan door de heftige regen. Nee he, begin ik er weer over!
Wij waren inmiddels gearriveerd in Bern.
Nee niet Bern in Zwitserland, want dan hadden we echt een verkeerde afslag genomen. Nee gewoon Bern in de gemeente Zaltbommel. Wie kent het niet? Nou wij niet! Maar vanaf Bern hadden wij wel uitzicht op de pont over de Bergse Maas. Deze pont was voor ons de weg naar het vestingstadje Heusden. Deze pont was overigens het hele jaar door in de vaart. Kosten voor voetgangers 0 euro!
Vanaf de pont was het nog ruim een kilometer wandelen naar Heusden. Ook weer zo’n mooi pittoresk vestingstadje.
En met het mooie zonnige weer was het centrale plein met de terrasjes één en al gezelligheid.
Uiteraard zijn Frans en ik hier dan ook neergestreken op een terras in het zonnetje. Omdat er meer mensen hetzelfde idee hadden waren de terrassen stampvol. Geen plek dus! Wij zijn dus maar gewoon bij mensen aangeschoven. Natuurlijk wel eerst even gevraagd of zij daar geen bezwaar tegen hadden. Al snel zaten wij gezellig met die mensen te kletsen. Zij waren bezig met een stadswandeling in en rond Heusden van 9 kilometer. Een leuk idee. Heusden is echt een leuk stadje en heeft veel historische gebouwen.
Tijdens het gezellige samenzijn hadden wij toch ook nog tijd gevonden om een lekker bakkie koffie te drinken met daarbij de traditionele versnapering in de vorm van een gebakje.
Leuk zo’n pauze, maar het Pelgrimspad riep ons alweer. De route leidde ons dwars door Heusden naar de oude stadswal. Het is een gegeven dat ieder zichzelf respecterend vestigstadje één of meerder kanonnen op de stadswal heeft staan. Zo ook Heusden.
Tsja dan moet ik er even opzitten. Noem het een afwijking, maar ik kan het niet laten.
Na dit hoogtepunt liepen wij verder naar het vlakbij gelegen Oud-Heusden. Nu suggereert deze naam dat deze plaats nog ouder is dan Heusden. Dat klopt, maar daar is niets meer van te zien. Het is eigenlijk een beetje saai dorp om doorheen te lopen. Op een gegeven moment moesten we, bij gebrek aan een voetpad, over een fietspad lopen langs een behoorlijk drukke weg. Niet fijn, maar na een kleine kilometer kwamen wij bij het pad door het natuurgebied Hooibroeken.
Aan het begin van dit pad stond één van de vele gele omleidingsborden, die je overal in Nederland ziet. Om gek van te worden. Het bord gaf aan dat het pad gesloten was voor allerlei voertuigen, maar er stonden geen voetgangers op. Onder het motto “wie niet waagt, wie niet wint”, liepen wij het kaarsrechte schier eindeloze pad op. Aan onze linkerkant, aan de overkant van de sloot, moest zich eendenkooi Ter Kwak (originele naam zeg!) bevinden. Helaas konden wij hier niets van zien. Wij vervolgden onze weg over het kaarsrechte pad. We konden niet zien, waarom het pad was afgesloten voor voertuigen. We hadden inmiddels al een kleine 3 kilometer afgelegd en werden best wel een beetje ongerust, want stel dat wij als voetgangers niet langs de werkzaamheden konden. De spanning steeg.
Maar aan alles komt een einde! Om te beginnen aan het kaarsrechte pad, maar ook aan onze onzekerheid of wij door konden wandelen. Eindelijk maakte het pad een flauwe bocht en gelijk zagen wij de werkzaamheden, die er voor zorgden dat voertuigen niet over het pad mochten rijden. Er werden langs het pad een groot aantal nieuwe bomen geplant met o.a. graafmachines. En dat hield in dat, als de machines even hun werkzaamheden staakten, wij gewoon langs de werkzaamheden konden lopen.
Door de bosschages langs het pad en de uitbundig schijnende zon liep de temperatuur voor ons aardig op. Lekker warm! Te warm? Echt niet! Maar dit dilemma werd vervolgens snel opgelost. Wij verlieten het “rechte” pad om linksaf de Zeedijk op te lopen. Deze dijk tornde hoog boven de omliggende weilanden uit en door het ontbreken van de bosschages had de wind hier vrij spel. Een lekker stukje koeler dus.
De Zeedijk werd al in de 11e eeuw aangelegd tijdens de ontginningsperiode van de polder. Na de Sint-Elizabethsvloed van 1421, waarbij onder andere de Biesbosch ontstond, werd de dijk versterkt en opgehoogd om het ZEEwater buiten te houden. In die tijd ontstonden ook de zgn wielen. Een “wiel” is een meer c.q. plas die zijn ontstaan na een dijkdoorbraak. De Zeedijk dat nu een mooi fiets-, en wandelpad, met links en rechts van de dijk de wielen, heeft dus een bewogen verleden. Met die wetenschap loop je toch wat anders over de dijk.
De Zeedijk bracht ons rechtstreeks de bebouwde kom van Drunen binnen. Hier hadden wij al snel op de Maleisiëlaan de bushalte van bus 301 gevonden. Vervolgens moesten wij wel ruim 7 minuten op wachten. Dit kwam voornamelijk omdat de bus 3 minuten vertraging had. Maar het wachten was geen ramp, want de bushalte lag vol in het heerlijk schijnende zonnetje.
In krap een half uurtje bracht bus 301 ons naar Den Bosch CS. Vanaf hier de directe trein naar Bodegraven gepakt.
Wat een geweldige wandeldag!













Carpe diem!!
Heel veel wandelplezier.