Het Pelgrimspad (deel1) etappe 9,
20 februari 2026 - Bodegraven, Nederland
Alweer een verslag? Jawel daar waar het vorige verslag lang op zich liet wachten staat dit verslag lekker snel na de etappe op de site van reislogger. Dit mag een klein wondertje heetten, want voor hetzelfde geld was het verslag in het water gevallen. Want wat was het nat deze etappe!
Behalve die bakken regen was er nog een heftige hobbel, die wij moesten nemen. Het vinden van het juiste vervoersschema was ook een behoorlijke klus. Zowel Frans als ik hebben hier afzonderlijk van elkaar onze hoofden een aantal uren over gebogen. Beiden kwamen we tot de conclusie dat het onmogelijk was om met het OV van onze finishplaats Nederhemert naar onze finishplaats van de vorige etappe, t.w. Rijswijk/Giessen te komen.
Frans had uiteindelijk de beste oplossing gevonden. De dichtstbijzijnde mogelijkheid om te starten in de buurt van Rijswijk/Giessen was het dorp Poederoijen. Tsja wie kent het niet. Ik niet in ieder geval en Frans ook niet, maar de zoons van Frans wel, want die zijn fan van de dartsport. Iedereen in Nederland kent natuurlijk Raymond van Barneveld en zijn opvolger Michael van Gerven, maar we hebben alweer een nieuwe topper namelijk de 23 jarige Gian van Veen. Dit jaar werd hij 2e tijdens het wereldkampioenschap darten. En laat deze Gian nu uit Poederoijen komen!
Dus geen grappen meer over Poederoijen, want dit dorp is wel de geboortegrond van een heuse dartlegende en staat vanaf nu stevig op de kaart. En behalve Gian is dit dorp dus ook in het bezit van een bushalte en wel op de Maarten van Rossumweg. Voor ons de alternatieve startplaats van deze etappe.
Nadat wij de bus van Frans hadden geparkeerd begonnen wij eerst met een overleg. In de app konden wij zien dat de 9e etappe 18 kilometer lang is. Het overleg ging over welke van de 2 opties wij zouden kiezen.
Optie 1; Eerst lopen naar het officiële startpunt. Dan zou er nog eens 3,5 kilometer bij de 18 kilometer komen. Totaal een ruime 21 kilometer dus.
Optie 2; Via de Burgemeester Posweg rechtstreeks naar Brakel wandelen. Dan zou de etappe vermoedelijk rond de oorspronkelijke 18 kilometer uitkomen.
Een blik naar de donkere hemel gaf de doorslag. Wij gingen voor optie 2.
Nog maar net onderweg startte het met regenen. Voor de zekerheid heb ik gelijk maar mijn regenjas aangedaan. Dat bleek geen slechte beslissing. Het 1e alternatieve gedeelte van deze etappe was een rechte streep richting het dorp Brakel. Brakel is een pittoresk dorpje met ruim 3000 inwoners, maar Brakel is vooral bekend om zijn grootschalige tuinbouwbedrijven. Ruimte zat daar, maar de bebouwde kom waren wij snel doorgewandeld en wij arriveerden al snel op de Waaldijk.
Hier was het de bedoeling dat wij via een pad naar de oever van de Waal zouden wandelen. We konden duidelijk zien dat er kort geleden werkzaamheden met trekker waren uitgevoerd. Het was één baggerboel en aangezien het op dat moment stopte met zachtjes regenen besloten wij parallel aan de officiële route langs de Waal te blijven lopen over de Waaldijk.
Door deze keuze kwamen wij langs een bord
waarop een verhaal stond over Marinus A. Rackwitz, die op 17 april 1945 op deze plaats werd gearresteerd nadat hij in de buurt was gecrasht met zijn Spitfire jachtvliegtuig. Bij het verhoor door de Duitsers besloot hij alleen Engels te praten en de meeste vragen te beantwoorden met “yes” en “no”. De kans was namelijk groot dat als de Duitsers er achter kwamen dat hij een Nederlander was, hij direct gefusilleerd zou worden. Nu werd hij per Rodekruisschip vervoerd naar het ziekenhuis in Rotterdam. Bij de bevrijding was hij daar nog opgenomen.
Maar deze Rackwitz was niet zomaar een piloot. Hij escorteerde op 12 maart 1945 samen met 8 andere vliegers van zijn squadron, in de maand voordat hij crashte, de Dakota met daarin Koningin Wilhelmina van London naar Brussel. De volgende dag zette de koningin na 5 jaar afwezigheid weer voet op Nederlandse bodem in het Zeeuws-Vlaamse dorp Eede.
Zo ff weer een stukje oorlogsgeschiedenis. Het is opvallend dat je dit soort herdenkingsborden en plaatsen vooral opmerkt tijdens het wandelen. Uiteraard heeft het één en ander te maken met het tempo.
Over tempo gesproken. We liepen inmiddels over de dijk langs de rivier de Waal en het goot inmiddels pijpenstelen.
“Gelukkig” stond er ook een flinke wind. En die kwam voor ons van rechts. Dus in no-time waren Frans en ik zeiknat aan de rechterzijde van ons lichaam. Wij hadden wel beiden een goede regenjas aan, maar een regenbroek had nu echt wel een belangrijke toevoeging aan de wandeloutfit geweest. Helaas. Maar als oud-commando’s (maar niet heus, maar dat gevoel hadden wij) stapten wij dus stevig door. Op dat moment moest ik even denken aan het liedje van Boudewijn de Groot “Hoe sterk is de eenzame fietser” en ons geval “Hoe sterk zijn de eenzame wandelaars!
De route stuurde ons op een gegeven moment over de provinciale weg N322. Hier was het even niet echt duidelijk aangegeven. Gelukkig hebben wij Truus. Jawel jullie horen het goed. De verhouding tussen Truus en ons is weer helemaal oké. En deze etappe hadden wij haar een aantal malen nodig. Hulde. Dus Truus leidde ons weer naar de juiste route. Het was inmiddels tijd voor een bakkie. Gelukkig zagen wij een soort café voor ons. Helaas gesloten! O, ja het was namelijk maandag. Dat is in Nederland de nationale vrije dag voor cafés en restaurants!
Dus in de stromende regen onze weg weer vervolgd in de richting van Aalst. We liepen nu langs een indrukwekkend gemaal uit 1935.
De vaste fotograaf van ons tweeën, Frans dus, vond dit wel een foto waard. Ondertussen was de regen tijdelijk gestopt, dus kon hij zonder zijn telefoon te beschermen de foto nemen. Ook hebben wij hier het, door Frans meegenomen, bananen-brood van Bakker Bart opgegeten. Lekker hoor.
Op dit punt moesten wij officieel een hek over klimmen, het zeiknatte, blubberige weiland in. Daar hadden deze “wannabee commando’s” dus geen zin in. Gelukkig waren Truus en de app Komoot de redders in de nood, want die lieten een alternatieve route zien, die parallel aan de originele route liep.
Deze route leidde ons wederom over een dijk met links en rechts allemaal gezellige dijkhuizen en dijkhuisjes. Je hoeft geen expert te zijn tot welke prijsklassen de verschillende huizen behoorden. Wel leuk om die verschillen te zien.
Na wederom een regenbui liepen wij het dorp Aalst binnen. Het eerste bord, dat prominent bij het betreden van de bebouwde kom aan een paal hing, was die van het Wapen van Aalst. Ongetwijfeld hebben ze daar lekkere koffie maar op maandag dus ff niet.
Inmiddels was het droog geworden. Sterker nog. Het zonnetje ging zowaar even schijnen, maar wel tegen de achtergrond van een inktzwarte lucht. De route voerde ons dwars door de bebouwde kom van Aalst en hierdoor kwamen wij langs het monument van het “Steenovenvolk”.
In het begin van de 19e eeuw verdienden de meeste inwoners van Aalst hun geld met hard werken in de bakstenenindustrie. Dit serieuze monument stond niet echt model voor de gezellige sfeer wat het dorp nu uitademde. Dit was ook het gevoel wat wij tijdens het wandelen van deze etappe ervaarden. Het was afwisselend en er was steeds wat te zien.
Dat was de voorgaande 3 etappes toch echt wel anders geweest. Toen overheerste de eentonigheid en de stilte van de schier eindeloze polders en weilanden. Wat overigens ook zijn charme heeft.
Net buiten de bebouwde kom van Aalst moesten wij de Maas-Waalweg oversteken. Aan de overkant waren wij wel toe aan een lekker mandarijntje. Het was dan wel maandag maar wij hadden natuurlijk wel een beetje proviand bij ons. Na een 300 meter werden wij geleid naar een pad langs de Drielse Wetering. Dit pad was de 1e 100 meter verhard, maar daarna hield dit op. Dus weer ploeteren door de blubber. Het was wel een pad met prachtige uitzichten en het was nog steeds droog. Onze kleding begon zelfs een beetje op te drogen. Dus “so far so good”.
Ondanks het geploeter door de blubber kwam langzaam het eindpunt van onze etappe in zicht. Eigenlijk iets TE langzaam. Door onze uitgebreide zoektocht naar het juiste vervoersschema was ook de vertrektijd van bus 268 naar Poederoijen in ons geheugen gegrift, namelijk 3 voor het heel. En de bus reed om het uur!
Door deze wetenschap gebeurde er iets wat wij tot nu toe geprobeerd hebben te vermijden, namelijk het kijken op de klok of we ergens op tijd aankwamen. Wij zijn namelijk niet voor niets pensionado’s. Maar zo zie je maar hoe omstandigheden, ditmaal het slechte weer, je goede voornemens kunnen veranderen. Aan de andere kant is anticiperen op situaties ook een competentie.
Waarom nu dit verhaal hierboven? Nou wij moesten volgens Truus nog ongeveer 4 kilometer lopen naar het eindpunt en wij hadden tot de vertrektijd van de bus nog een klein uurtje. Ons wandeltempo is normaliter rond de 5 kilometer per uur. Een klein rekensommetje leerde ons dat wij dan precies op tijd in Nederhemert zouden zijn. Mooi, maar de rekensom klopte niet helemaal, want wij liepen immers te ploeteren over een blubberpad en dan haal je die 5 kilometer per uur met geen mogelijkheid. Met het huidige tempo zouden wij de bus dus net gaan missen. En dan zouden we een uur op de volgende bus moeten wachten. Geen fijn vooruitzicht in deze koude en natte omstandigheden.
Maar we waren aan het anticiperen, toch? Parallel aan onze route lag een geasfalteerde weg. Dus bij de 1e de beste mogelijkheid zijn wij op die weg gaan wandelen en hebben wij ons wandeltempo verhoogd. Dat ging bijna vanzelf want het zicht op een pikzwarte lucht zorgde ervoor dat het tempo vanzelf omhoog ging. Helaas niet snel genoeg want wij werden vlak voor Nederhemert getrakteerd op een heftige regen-, en hagelbui.
In no time waren wij weer zeiknat.
Druipend liepen wij de bebouwde kom van Nederhemert binnen op zoek naar de bushalte. Het was inmiddels 13.54. Dus over 3 minuten zou er een bus moeten komen. Als twee verzopen katten bereikten wij de bushalte en als een godsgeschenk, we lopen immers niet voor niets Het Pelgrimspad, kwam daar de buurtbus aanrijden. Wat een avontuur! Wie zegt er nu nog dat wandelen saai is?
De buschauffeur getooid in de carnavalskleuren van Zaltbommel bracht ons in een klein half uurtje weer terug naar “onze” bus in Poederoijen.
Tot de volgende week maar weer!








Ik heb ook nog een toepasselijk liedje gevonden “ busje komt zo” 😁 deze had je vast niet verwacht. Op naar de volgende hopelijk droge etappe.
Vooral jij als zon aanbidder Rico .
Wel knap wat je allemaal weer te weten bent gekomen .
En het was weer leuk ,
om mee te "Wandelen "
Maar…. Jullie hebben het wederom gered!! TOP!!!!!!!!!!!
Goed idee van Monique (zie hierboven) om koffie mee te nemen; zeker ‘s maandags…. :)