Het Pelgrimspad (deel 1) etappe 7a
21 januari 2026 - Bodegraven, Nederland
Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen. Het meest lastige van deze etappe was het vervoersschema. Het was een hele bevalling om de meest gunstige manier van vervoer voor deze etappe te verzinnen. Op een gegeven moment hadden wij wel 4 varianten. E.e.a. heeft vooral te maken met het OV in de Alblasserwaard. Zoals jullie weten zijn Frans en ik best heel positief over het openbaar vervoer, maar in dit stukje van Nederland is het openbaar vervoer redelijk zeldzaam. Dit zal vermoedelijk te maken hebben met het aantal inwoners in dit gedeelte van de Alblasserwaard. Niet veel dus.
En wat er aan openbaar vervoer is wordt voor het grootste deel draaiende gehouden door vrijwilligers. Dat houdt in dat tijdens de “spitsuren” zo nu en dan een buurtbusje rijdt, maar de rest van de dag dus niet! Of eventueel op verzoek. Dit maakt het behoorlijk onoverzichtelijk wanneer er nu wel of wanneer geen bus rijdt. Niet echt handig om maar gewoon te starten, vervolgens een flink aantal kilometers te wandelen en dan maar hopen dat er een bus te vinden is die je weer terug brengt naar je startpunt.
Door bovenstaande gedachte kreeg Frans een slimme ingeving. Door de toepassing van het “omdenken” kwam hij op het idee om met de auto naar Groot-Ammers te rijden en daar om 09.34 uur de enige bus van die dag te nemen die naar onze eindbestemming Bleskensgraaf reed. Door Bleskensgraaf vervolgens om te dopen van eindbestemming naar startbestemming hadden wij een solide vervoersprogramma. Geniaal. Ik weet alleen niet zeker of Frans echt bewust de toepassing “omdenken” had toegepast, maar dat terzijde.
Dus, na een autorit via Gouda en het veer bij Bergstoep over de Lek parkeerde ik rond 09.10 uur onze auto vlakbij het Fortuynplein midden in het “centrum” van Groot-Ammers.
Hier bevond zich volgens het internet ook de bushalte voor de buurtbus lijn 702. Die hadden wij natuurlijk snel gevonden, want het is echt een klein en gezellig centrum. Frans kon het niet laten, om toch voor de zekerheid te kijken op het bord bij de bushalte, of lijn 702 echt om 09.34 uur vertrok.
Hij hoefde niet te zoeken, want het was de enige tijd die op het bord stond ingevuld.
Strak om 09.34 uur kwam er niet één bus, maar twee bussen aanrijden. Gelukkig was één van de twee bussen, de 702. Het zal jullie niet verbazen dat wij de enige passagiers waren. Hierdoor hadden wij al snel een geanimeerd gesprek met de buschauffeur. Hij vertelde o.a. dat alle chauffeurs van de buurtbussen in de Alblasserwaard, ongeveer 50, vrijwilligers zijn. Hij gaf ook aan dat hij halverwege onze rit naar Bleskensgraaf afgelost zou gaan worden door een andere chauffeur. Dit vond plaats in Brandwijk. Wie kent het niet? Nou ik niet.
De nieuwe chauffeur maakte direct een grap over de halte waar wij wilden uitstappen, namelijk het verzorgingshuis Graafzicht. Hij noemde het “grafzicht”, omdat de inwoners van dat verzorgingstehuis allemaal stokoud waren volgens hem. Ook deze chauffeur maakte een gezellig praatje. Toen hij hoorde dat wij gingen wandelen werd hij helemaal enthousiast, want dat deed hij ook graag. Maar daarna vertelde hij dat zijn echte passie fietsen was. Nou jullie zullen wel begrijpen wat vanaf dat moment het gespreksonderwerp was. Gelukkig bleef hij wel opletten, want hij stopte netjes bij Graafzicht. Door het geanimeerde gesprek had ik helemaal niet meer opgelet. De buschauffeur wenste ons veel succes.
Buiten werd wij direct geconfronteerd met de weersomstandigheden, wind, koud en vochtig. Samengevat “waterkoud”. Vanaf de bushalte zaten wij al snel op de route. Helaas was onze steun en toeverlaat tijdens onze wandelingen, onze digitale dame van de app Komoot, het niet eens met onze looprichting. Wij liepen immers de route, ivm het ideale vervoersschema, tegengesteld! Truus, zoals Frans en ik haar liefkozend hebben genoemd, liet ons om de 5 minuten weten dat wij niet goed liepen.
Lopend over de Zeemansweg begon het ook te regenen. Wat een verschil met het weer van de etappe van de vorige week. Toen werden we getrakteerd op een lekker zonnetje en een temperatuur van rond de 10 graden. Nu was het dus rond het vriespunt!
Aan het einde van de Zeemansweg moesten wij rechtsaf richting Brandwijk. Natuurlijk vond “Truus” dat wij de verkeerde kant opliepen. Ach we lieten haar gewoon maar kletsen. Na een kleine kilometer moesten we linksaf, de Donkseweg op.
Dit is een weg naar een “donk”. Wat is dat nu weer?
Een donk is een verhoging in het vlakke land ontstaan in de IJstijd door het opstuiven van grond. De plekken waren zo hoog dat er nooit veen is gevormd. Ze bleven ruim boven het grondwaterpeil en kenden dus geen moerasachtige begroeiing. Ideaal dus om te bewonen.
Onderzoek heeft uitgewezen dat er tussen 5500 en 4500 jaar voor Christus al mensen woonden op deze “donken”. Bij dit onderzoek zijn er skeletresten gevonden van een vrouw tussen de 40 en de 60 jaar. Zij kreeg de naam “Trijntje” van de onderzoekers. Ik hoop dat deze Trijntje niet zo halsstarrig was als “onze” Truus, want die bleef doorgaan met het melden dat wij weer de verkeerde kant opliepen.
Inmiddels liepen wij via het oude gehucht De Donk, dat met 4,70 meter boven NAP, meer dan 6 meter boven het maaiveld uitsteekt. Een echte donk dus! En nog steeds bevinden zich wat woningen en zelfs een B&B op deze donk.
Tot nu toe liepen wij nog steeds over asfalt wegen, maar vlak na De Donk kwamen wij te lopen op de dijk langs het water van “de Groote- of Achterschap”. Na een paar honderd meter moesten wij via een brug deze flinke sloot oversteken.
Hierna moesten wij gelijk rechtsaf de dijk aan de andere zijde van deze sloot oplopen.
Natuurlijk liet “Truus” ons weer weten dat we de verkeerde kant opliepen. Wat een volhardend type. Dus besloten Frans en ik om een pitstop in te lassen. Onder het genot van een mandarijntje hebben wij vervolgens verwoede pogingen gedaan om via de instellingen van de app Komoot “Truus” tot andere gedachte te brengen. Helaas.
Ondertussen was het weer een stuk beter geworden. Het was inmiddels droog en ook de temperatuur was wat hoger. Wij vervolgden onze weg over de dijk en na een paar kilometer kwamen wij uit bij de Ammersekade. Hier moesten wij rechtsaf en liepen wij over de “doorgaande” weg richting Brandwijk. Niet echt ideaal, maar na een kleine kilometer moesten wij via “de Kikkerbrug” de rivier de Ammerse Boezem oversteken.
Na de brug moesten we linksaf het fietspad richting Groot-Ammers, de Peulwijksekade, oplopen. Ondertussen was zelfs het zonnetje gaan schijnen en hadden wij de wind in de rug. Voor ons zagen wij 3 molens, waarvan één in vol bedrijf was.
Door onze wandeltochten hebben wij al een beetje verstand van de verschillende types molens gekregen. Zo zagen wij dat de 1e molen een ”grondzeiler” was en de volgende een “wipmolen”.
Ik bedoel maar!
Toch kwamen wij een stukje verder weer wat nieuws over de molens te weten. Vlak na de molen die in bedrijf was, de Gelkenesmolen, stond een lange lage schuur.
Het bordje op die schuur liet ons trots weten dat deze loods een Rijksmonument was. En wat heeft die loods nu met een molen te maken? Nou, heel veel toevallig.
Het bleek de laatste “roedeloods” van ons land te zijn. In deze roedeloods werden, toen de molenroeden nog van hout waren, een aantal exemplaren in voorraad gehouden, zodat bij roedebreuk onmiddellijk vervanging kon plaatsvinden. Deze laatste roedeloods is gerestaureerd en in 2022 weer in volle glorie teruggeplaatst. Het plan is nu om in de loods 2 trekkershutten in te richten.
Een paar honderd meter na deze unieke loods liepen wij de bebouwde kom van Groot-Ammers
binnen via de Kerkstraat. In deze straat stonden verschillende oude panden, een kaaspakhuis, de woning van de dokter, die er vermoedelijk allang niet meer woont, een bakkerij, enz.. En als je dan niet te snel wandelt schiet je niet per ongeluk het centrum voorbij.
Inmiddels stonden er 14 wandelkilometers op de teller en hadden wij best wel trek. Zoals gewoonlijk had Frans een rugtas vol krentenbollen, maar toen wij langs het cafetaria in het centrum liepen vonden wij dat wij onszelf best een keertje mochten verwennen en gingen daar naar binnen!
Een korte blik op de kaart was voldoende om te kiezen voor een lekkere uitsmijter. 
Voldaan liepen wij terug naar de auto.
Wat een mooie dag weer. Het landschap tijdens de wandeling was niet echt spectaculair, maar we hadden weer veel geleerd!
Tot de volgende etappe, nummer 7b.






En… ineens borrelt er toch weer een liedje op “ door de wind” (miss Montreal).
Volgende keer beter hopelijk
Tegelijkertijd is er in Scandinavië een gezegde:
‘Slecht weer bestaat niet, slechte kleding wel’!
Mooie én interessante route!
Heel slim om in tegengestelde richting te lopen! Lang leve het omdenken :):):)
"mee wandelen " en die uitsmijter was een mooie afsluiter.
Vind 't wel dapper dat je deze tijd van het jaar ook kan waarderen,omdat je meer van het zonnetje bent