Het Floris de Vijfde pad. Etappe 2
3 april 2026 - Bodegraven, Nederland
Vandaag is het woensdag 1 april. Ieder jaar is dit een dag dat je op je hoede moet zijn. Zo had de NS ook een grap bedacht, tenminste wij gaan er vanuit dat het een grap betrof. Normaliter hoor je bij het “aanmelden” bij de bekende gele palen op het station een inmiddels bekende pieptoon. De NS had nu laten weten dat een ieder zelf een pieptoon kon uitkiezen bij het aanmelden. Wij hebben ons er verder niet in verdiept en geloofden er geen snars van. Het was immers 1 april. Maar nogmaals of dat echt zo was heb ik tot nu toe nog nergens kunnen lezen.
Wij gingen vandaag dus “scherp” op weg. Wederom met de trein naar Weesp. Ik had uitgeknobbeld dat we met de trein van 09.01 uur maar 1 keer hoefden over te stappen, nml in Utrecht. Een trein later zouden we minimaal 2 keer moeten overstappen. Dus de keus was snel gemaakt. Inmiddels weten wij dat de trein uit Bodegraven in Utrecht arriveert op spoor 20. En laat de aansluitende trein naar Weesp nu vertrekken vanaf spoor 1. Het hele station doorlopen dus. En daar hadden wij 8 minuten voor. Stevig doorlopen dus en dat valt niet mee in een bomvol Utrecht Centraal. Maar netjes op tijd zaten wij in de juiste trein.
Om 10.16 uur arriveerden wij op het station van Weesp. Het punt waar wij de vorige week etappe 1 hadden beëindigd. We hadden besloten om vandaag te wandelen via de route van “Wandelnet”. Wij hadden namelijk geconstateerd dat de route van het Floris de Vijfde pad van “Wandelnet”, anders was dan die van Truus van “Komoot”. Heel bijzonder. Aangezien de route van “Wandelnet” wel het plaatsje Muiden aandeed en “Komoot” niet, hebben wij voor “Wandelnet” gekozen. Uiteraard zeer tegen de zin van Truus, die vandaag dus een verplichte dag rust had.
Vanaf het station liepen wij eerst in de richting van het centrum van Weesp om de route van de app “Wandelnet” op te pikken. Wat een gezellig plaatsje is Weesp toch. Wilma en ik hebben met onze boot The Fox een paar keer in één van de havens van Weesp gelegen. In de zomer is het echt een gezellig toeristisch plaatsje met veel leuke terrassen en restaurantjes. Zoals jullie vast wel weten is Weesp een vestingstadje. De vesting van Weesp was een onderdeel van de Oude,- en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Weesp was voor mij dus niet helemaal onbekend, maar de daadwerkelijke vesting had ik tijdens mijn verblijven niet gezien. Ook niet gezocht. Ik was meer op zoek naar een gezellig terras of restaurant.
Maar het Floris de Vijfde pad leidde ons direct langs de vesting of wat daar van over was.
En raad eens wat er naast de vesting stond. Jawel…….een kanon. Net 2 kilometers gewandeld en al een “kanonnenfoto”. 
Een mevrouw, die mij op het kanon zag klimmen, meldde ietwat lacherig dat zij dacht dat alleen kinderen op kanonnen klommen. Nou ze moest eens weten hoeveel kanonnen ik al heb “beklommen’. Haha. Iedere gek heeft zijn gebrek.
Na het Fort kwamen wij al snel langs de Vecht te lopen. Deze rivier zouden wij vandaag verschillende malen tegenkomen. Volgens de mensen die er verstand van hebben ontstond de Vecht rond 600 v. Chr. In de Romeinse tijd was de rivier bekend onder de naam Fectio. Een belangrijk castellum (een Romeinse legerplaats) is hiernaar vernoemd. Op de plaats waar dit castellum zich bevond, een strategische plaats vlak bij Utrecht aan de Kromme Rijn, is later het Fort bij Vechten gebouwd. En laten Frans en ik daar nu dwars doorheen hebben gewandeld tijdens onze Limes wandelroute. Tsja als wij zo doorgaan met het vergaren van kennis tijdens onze wandelingen zijn wij over een tijdje allebei prof. dr. in de geschiedenis!
Doordat wij de oever van de Vecht volgden in noordelijke richting liepen wij na een paar kilometer het volgende vestingstadje binnen, t.w. Muiden. In Muiden mondt de Vecht uit in het IJsselmeer. Als je met de boot het IJsselmeer op wil varen, moet je eerst door de “zeesluis”.
Dit is een groot sluizencomplex midden in het gezellige historische centrum, waar alle boten richting het IJsselmeer worden geschut. Links en rechts van dit sluizencomplex bevinden zich gezellige terrassen die in de zomer stampvol zitten. Hier kan je de hele dag kijken naar het schutten van allerlei soorten boten en dat gaat niet altijd in perfect harmonie. Factoren als harde wind, slechte kapiteins of drank in de man/vrouw zorgen zo nu en dan voor veel vermaak in de vorm van “klutsende” boten enz.
Maar vandaag was er nagenoeg geen vaarverkeer. Frans en ik liepen dus eerst door naar het Muiderslot, die je vanaf de sluizen al kan zien liggen.
Dit Muiderslot werd rond 1285 gebouwd in opdracht van………………jawel Floris de Vijfde. Hij liet het slot bouwen op een strategische plek aan de monding van de Vecht. Uiteraard ter verdediging, maar ook voor het heffing van tol op de handel via de Vecht.
Behalve het Muiderslot
zelf bestaat ook de tol nog steeds. Je moet namelijk €19 euro betalen om het slot te kunnen te bezichtigen! Op dat moment zag ik een gezin met 3 kinderen naar binnen gaan. Pff, maar het schijnt het geld (de tol) meer dan waard te zijn.
Wij maakten rechtsomkeert en liepen terug naar één van de terrassen bij de sluis en hebben daar een lekker bakkie genomen met een “ouwe vrouwen koek”. Die koeken toverde Frans uit zijn rugzak. Lekker hoor. Uiteraard deze koeken “discreet” naar binnen gewerkt.
Ik wil jullie niet het mooie bord onthouden op de plek net voorbij de sluis, waar de veerboot richting Pampus vertrekt. Het was vandaag niet voor niets 1 april en dan zijn alle mensen op hun hoede.
Pampus is niet alleen een bijzonder eiland, maar ook de bron van het spreekwoord “Voor pampus liggen”. Die uitdrukking stamt uit de tijd dat de schepen daar stil lagen om de Vecht op te mogen varen.
Met een bult aan info en de herinnering aan een lekker bakkie liepen wij Muiden weer uit, zoals wij waren binnengelopen. Via de dijk langs onze “rode draad”, de Vecht dus, liepen wij via een tunnel onder één van de drukste snelwegen van Nederland, de A1, door. Direct na de tunnel lieten wij de Vecht even alleen en moesten wij linksaf een pad op. Dit pad liep over een dijk van een weiland waar volop schapen EN lammetjes liepen.
Lachend verbaasden wij ons over het contrast waarin wij ons bevonden. Op nog geen 50 meter links van ons raasde het verkeer 5 banen dik over de A1 en rechts van ons zagen wij alleen maar eindeloze weilanden met schapen van de Nieuwe Keverdijksche Polder. Dit is toch wel een beetje de “charme” van het landschap in de randstad.
We volgen de dijk van het weiland gedurende een tweetal kilometers totdat wij weer uitkomen op een pad langs de behoorlijk drukke spoorlijn in de richting van Almere en verder. Hier zou ook de molen De Onrust moeten staan. De molen die dateert uit 1806 regelt nog steeds het waterpeil van het Naardermeer. Ik vrees dat Frans en ik net op dat moment bezig waren met een ongetwijfeld inhoudelijk gesprek op een “hoog peil” (ook wel niveau genoemd !), waardoor wij de molen helaas hebben gemist. Gelukkig had dit geen gevolgen voor het “waterpeil” van het Naardermeer.
Nu we het toch over het Naardermeer hebben, dat was precies de richting waar wij naar toe liepen. Dit Naardermeer heeft overigens een bewogen geschiedenis achter de rug. In de 17e eeuw werd het Naardermeer ingepolderd en drooggemalen, maar werd vervolgens tijdens de 80 jarige oorlog weer onder water gezet ter verdediging van Amsterdam. Hierna werd er 1883 wederom een poging tot inpoldering gedaan. Dit lukte (gelukkig) niet helemaal. Het werd nog spannender voor het Naardermeer toen in 1904 de gemeente Amsterdam besloot om het meer als huisvuildepot te gebruiken. Dit was tegen het zere been van de toenmalige natuurbeschermers. Het gebeurt niet vaak dat ik het eens ben met onze groene rakkers, maar met dit verzet zou ik het nu ook helemaal eens zijn geweest.
Toch werd er niet naar de natuurbeschermers geluisterd. Het behoud van het gebied moest dus over een andere boeg worden gegooid. Het leidde tot de oprichting van de vereniging tot “Behoud van Natuurmonumenten”. Deze vereniging beschikte blijkbaar over een aantal kapitaalkrachtige leden, want de vereniging kocht het Naardermeer aan. Nu is er behalve het Naardermeer ook een prachtig natuurgebied en een belangrijk vogelreservaat ontstaan! Wat een mooi “happy end”.
Om het verhaal hierboven even te laten bezinken en omdat het gewoon tijd was voor de lunch stopten wij bij een picknickplaats
aan het begin van het natuurgebied aan de Keverdijk. Frans had zoals gewoonlijk weer de bekende krentenbollen voorradig en ik had gezorgd voor een lekker banaantje om de lunch af te maken. Net als de vorige etappe ging het licht miezeren net toen wij met de lunch wilden beginnen. Gelukkig stopte de miezerbui weer snel.
Na de lunch wilde Frans nog even een momentje voor een sanitaire stop. Terwijl hij hiervoor een geschikte plek zocht kwamen er net twee wat oudere vrouwelijke wandelaars onze picknickplek oplopen. Door hun ervaring hadden de dames al snel de intentie van Frans door. Uiteraard stopte Frans zijn zoektocht. Dit ontlokte de dames de volgende opmerking; “Meneer gaat u maar lekker door met wat u van plan was. Wij zullen niet kijken”. Haha.
De volgende kilometers liepen wij door de prachtige natuur rondom het Naardermeer. Mooi om te zien hoe oude weilanden zichzelf transformeren tot een veilig (broed)gebied voor allerlei soorten vogels.
Na de spoorwegovergang kwamen wij weer uit op de dijk langs De Vecht. Na een kleine honderd meter werden wij via een mooi pad geleid naar het terrein van weer een fort langs de Vecht, namelijk het Fort Uitermeer.
Het fort was eerst alleen een schans ter verdediging van Weesp. Later, in 1673, werd de schans versterkt tot een fort. In de Franse tijd raakte het fort in verval. Pas in 1845 werd er op het terrein een nieuw “torenfort” gebouwd. Eén van de drie torenforten rondom Weesp. Eén van de bijzonderheden van de torenforten was dat ze helemaal rond waren. Hierdoor ketsen de kogels van de fortmuren af. Aan het begin van onze wandeling had ik al plaatsgenomen op één van de kanonnen bij het andere torenfort in het centrum van Weesp.
Ook handig op het terrein van fort Uitermeer was het restaurant. Ik was namelijk toe aan mijn sanitaire stop. Ik kon dus rustig plassen, zonder opmerkingen van toevallig langslopende dames!
Opgelucht kon ik het fortterrein weer verlaten. We kwamen nu op het minst mooie stukje van deze 2e etappe, namelijk de Gooilandseweg. Dit was overigens maar een paar honderd meter, want bij de rotonde leidde de route ons weer naar De Vecht. Op deze weg, de N523, oftewel de Dammerweg, hadden wij bij de bushalte van lijn 106 het eindpunt van deze etappe gepland na een kleine 17 kilometer wandelen. De officiële afstand van deze etappe was overigens 24 kilometer. Wij hebben echter afgesproken dat wij 20 kilometer per etappe ruim voldoende vinden.
Maar als wij zouden gaan stoppen bij de geplande bushalte waren wij daar veel te vroeg. En wachten op OV zijn wij niet gewend. We besloten dus om nog een stukje door te lopen naar de volgende halte van deze buslijn op de Spiegelweg. Toen wij daar arriveerden hoefden wij nog maar 17 minuten te wachten.
De bus bracht ons in no-time naar het station van Weesp. Toen wij uitstapten kwamen daar ook de inmiddels de voor ons bekende “niet kijken” dames aanlopen. Het blijft een kleine wereld. Ook op het station van Weesp moesten wij voor ons doen “lang” wachten op de trein naar Utrecht. Ruim een kwartier. Dat was op het station Utrecht weer heel anders. Hier hadden wij 6 minuten om van spoor 1 naar spoor 20 te komen door een vol station Utrecht Centraal.
Het was wederom een mooie wandeldag, met lekker weer en veel historie en cultuur. Wat wil een mens nog meer!
Tot volgende week!








En je sluizen verhaal is zo herkenbaar, een aanrader voor een zomerse dag met een terras in de buurt🤭
Trouwens de Vecht is een prachtig watertje met veel leuke optrekjes
€€€€
was weer leuk ,om mee te "wandelen "
Prachtig die forten én kanonnen :)
ja, Jac. P. Thijsse heeft destijds zeer goed werk gedaan! 👍